AFEBRYL 200MG/300MG BRUISTABL 16 NF

AFEBRYL 200MG/300MG BRUISTABL 16 NF

Merk:

6,61 incl. btw

Slechts 1 resterend op voorraad

Slechts 1 resterend op voorraad

Artikelnummer: 4892261 Categorie:

Aanvullende informatie

Afmetingen 110 × 35 × 35 mm

Bewaring

Kamertemperatuur (15°C tot 25°C)

Bijsluiters

Bijwerkingen

Te wijten aan de aanwezigheid van acetylsalicyluur - Overgevoeligheidsreacties met reacties ter hoogte van de huid of respiratoir (Quincke-oedeem, urticaria, astma, anafylactische shock). - Bronchospasmen. - Gekruiste overgevoeligheidsreacties met de NSAI's en met tartrazine. - De aanbevolen lage dosis bij het gebruik van Afebryl beperken de ongewenste effecten van het acetylsalicylzuur tot een zekere irritatie van de gastro-intestinale tractus. Bij hogere dosissen omvatten de ongewenste effecten op het spijsverteringsstelsel de slijmvlieserosies, maag- of duodenumzweer, occult bloedverlies, melaena. Het acetylsalicylzuur kan ook de kans op bloedingen verhogen alsook de bloedingstijd. (De verlenging van de bloedingstijd houdt 4 tot 6 dagen aan na stopzetting van de medicatie). Het kan ook de nierfunctie beschadigen vooral bij reeds bestaande aandoening (langdurig gebruik kan een chronische nefropathie veroorzaken). Hyperuricemie kan optreden bij de vooropgestelde dosering. Verschijnselen van salicylisme zijn beschreven onder de rubriek overdosering. Te wijten aan de aanwezigheid van paracetamol : De bijwerkingen zijn weergegeven per orgaanklasse en volgens frequentie van optreden. De volgende conventie werd gebruikt voor de classificatie van bijwerkingen per frequentie:  Zeer vaak (≥1/10)  Vaak (≥1/100, <1/10)  Soms (≥1/1000, <1/100)  Zelden (≥1/10000, <1/1000)  Zeer zelden (<1/10000)  Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald. Systeem/orgaanklassen Zelden (≥1/10.000, <1/1.000) Zeer zelden (<1/10.000) Frequentie niet gekend Bloed- en lymfestelsel-aandoeningen Thrombocytopenie, leukopenie, pancytopenie, neutropenie, hemolytische anemie, agranulocytose Anemie Immuunsysteem-aandoeningen Allergische reacties Allergische reacties die stopzetten van de behandeling vereisen Anafylactische shock Zenuwstelsel-aandoeningen Hoofdpijn Maagdarmstelsel-aandoeningen Buikpijn, diarree, nausea, braken, constipatie Lever- en galaandoeningen Gestoorde leverfunctie, leverfalen, levernecrose, icterus Hepatotoxiciteit Hepatitis Huid- en onderhuidaandoeningen Pruritus, rash, zweten, angio-oedeem, urticaria Zeer zeldzame gevallen van ernstige huidreacties werden gemeld. Nier- en urineweg-aandoeningen Steriele pyurie (troebele urine), nierinsufficiëntie Nefropathieën (interstitiële nefritis, tubulaire necrose) na langdurig gebruik van hoge doses Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen Duizeligheid, malaise Letsels, intoxicaties en verrichtings-complicaties Overdosis en intoxicatie Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem .

Contra-indicatie

  • Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de vermelde hulpstoffen.
  • Voorgeschiedenis van overgevoeligheid aan salicylbevattende stoffen, aan NSAI's of aan tartrazine.
  • Evolutieve maag-of duodenumzweer, bloeding van het spijsverteringsstelsel. Aanleg voor bloedingen en klinische toestand met risico op bloedingen.
  • Ernstige nierinsufficiëntie.
  • Gevaar voor methemoglobinemie en hemolytische anemie vooral bij de patienten die een genetische deficiëntie vertonen van glucose-6-fosfaat deshydrogenase.
  • Ernstige hepatocellulaire insufficiëntie
  • Patienten onderworpen aan een strikt zoutloos dieet (voor de patienten onderworpen aan een zoutarm dieet rekening houden met het Natriumgehalte)

Gebruik

De duur van de behandeling dient zo kort mogelijk te zijn en gelimiteerd tot de periode waarin de symptomen aanwezig zijn.

Dosering:

Volwassene en kind boven de 12 jaar:

  • Gebruikelijke dosis 1 tablet één tot viermaal per dag; het normale interval tussen 2 innamen is 4 uur; maximale dosis: 2 tabletten in één inname en 6 tabletten binnen de 24 uur.

Kind van 2 tot 12 jaar:

  • 1/2 tablet 1 tot 4 maal per dag.

Gezien de maximale aanbevolen dagdosis voor volwassene (6 tabletten) de 1.8 g acetylsalicylzuur per dag niet overschrijdt moet Afebryl niet gelijkgesteld worden met anti-inflammatoire medicatie.

Bij nierinsufficiënte zal het aantal innamen per dag zo beperkt mogelijk gehouden worden.

Verminderde leverfunctie, chronisch alcoholgebruik:

  • Bij patiënten met een verminderde leverfunctie, moet de dosis worden verminderd of het doseringsinterval
    verlengd.

Ouderen:

  • Op basis van farmacokinetische gegevensis geen dosisaanpassing nodig. Men moet echter rekening houden met het feit dat nier- en / of leverinsufficiëntie vaker voorkomen bij ouderen.

Wijze van toediening:

  • Oraal gebruik, de tablet in een half glas water oplossen door lichtjeste roeren met een lepel.

Indicaties

Symptomatische behandeling van pijn en koorts.

Interacties

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Paracetamol: Paracetamol wordt uitgebreid gemetaboliseerd in de lever. Sommige metabolieten van paracetamol zijn hepatotoxisch, en daarom kan gelijktijdige toediening met krachtige enzyminductoren (rifampicine, bepaalde anticonvulsiva, enz.) leiden tot hepatotoxische reacties, vooral bij gebruik van hoge doses paracetamol. - Colestyramine: Colestyramine kan de absorptie van paracetamol verminderen. Als gelijktijdige toediening van paracetamol en colestyramine noodzakelijk is, dan moet paracetamol minstens 1 uur voor of 4 uren na de toediening van colestyramine worden ingenomen . - Enzyminductoren en alcohol: Het risico van hepatotoxiciteit is mogelijk verhoogd bij gebruik van enzyminductoren zoals barbituraten, carbamazepine, fenytoïne, primidone, isoniazide, rifampicine en alcohol. De maximale dagdosis mag bij deze patiënten zeker niet overschreden worden (zie rubriek 4.2, 4.4 en 4.9). - Probenicide: probenicide kan de klaring van paracetamol quasi halveren, door remming van de conjugatie met glucuronzuur. Een verlaging van de dosis paracetamol dient te worden overwogen bij gelijktijdige behandeling met probenicide. - Zidovudine: gelijktijdige toediening van paracetamol en zidovudine kan leiden tot neutropenie en hepatotoxiciteit. Het chronisch / veelvuldig gebruik van paracetamol bij patiënten die met zidovudine worden behandeld, dient te worden vermeden. Indien chronisch gebruik van paracetamol en zidovudine noodzakelijk is, dienen witte bloedcellen en leverfunctie te worden gecontroleerd, in het bijzonder bij ondervoede patiënten. - Vitamine K-antagonisten: Versterking van het effect van vitamine K-antagonisten kan optreden, vooral bij regelmatige inname van hoge doses paracetamol. In dit geval is een regelmatige controle van de International Normalised Ratio (INR) aanbevolen. - Lamotrigine: afname van de biologische beschikbaarheid van lamotrigine, met een mogelijke vermindering van het therapeutische effect, als gevolg van mogelijke inductie van het metabolisme in de lever. - Metoclopramide en domperidon: versnelde resorptie van paracetamol in de dunne darm als gevolg van de versnelde maaglediging. - Interactie met diagnostische testen: De toediening van paracetamol kan interfereren met de bepaling van het urinezuurgehalte in het bloed door de fosforwolfraamzuurmethode en de bepaling van de bloedglucose door de glucoseoxidase-peroxidasemethode. - Hormonale anticonceptiva / oestrogenen: vermindering van de paracetamol plasmaspiegel met mogelijk verminderde effectiviteit, als gevolg van inductie van het metabolisme. - Chlooramfenicol: mogelijke versterking van de toxiciteit van chlooramfenicol, door remming van levermetabolisme. - Flucloxacilline: Voorzichtigheid is geboden wanneer paracetamol gelijktijdig met flucloxacilline wordt gebruikt aangezien gelijktijdige inname geassocieerd is met metabole acidose met verhoogde anion gap, in het bijzonder bij patiënten met risicofactoren (zie rubriek 4.4) Acetylsalicylzuur: - versterking van de werking van de coumarinederivaten en van de heparine wegens de antistollingswerking op de bloedplaatjes van het acetylsalicylzuur. Er bestaat ook een verhoogd risico van gastro-intestinale bloedingen in geval van verwondingen. - Versterking van de werking van de bloedsuikerverlagende sulfamiden. - In het algemeen dient men Afebryl niet samen met andere NSAI's toe te dienen voornamelijk omwille van een verhoogd risico op bijwerkingen - Salicylzuur veroorzaakt een stijging van de activiteit en van de toxiciteit van methotrexaat door een verplaatsing van zijn proteïnebindingsplaats en door een vermindering van zijn afscheiding in de niertubuli. - De maagtoxiciteit van acetylsalicylzuur wordt verhoogd door alcohol. - Acetylsalicylzuur, ingenomen aan de aangeduide dosis, vermindert de uricosurische effecten van alle uricosurica.

Samenstelling

Elke bruistablet bevat 200 mg paracetamol en 300 mg acetylsalicylzuur.

Hulpstof(fen) met bekend effect:

  • Elke bruistablet bevat 94 mg lactose (als monohydraat), 83 mg sorbitol, 312 mg ascorbinezuur en 322 mg natrium.

Andere hulpstoffen:

  • Povidon - Natriumbicarbonaat - Citroenzuur - Sorbitol - Etherische citroenolie (derog. n° 42/734).
Ga naar de bovenkant